Uitgangspunten van Vreedzaam

 

In de aanpak van De Vreedzame School en De Vreedzame Wijk staat een zestal werkzame principes en uitgangspunten centraal, die we hieronder kort nader uitwerken:

 

 


 

Gedrag van kinderen wordt positief beïnvloed door hen een stem te geven en te laten participeren (inspraak, medezeggenschap, eigenaarschap) in het ‘echte’ leven, om hen zo de gelegenheid te geven te oefenen met het nemen van verantwoordelijkheid. Al is de kern van De Vreedzame School een lessenserie waarmee leerlingen een breed scala aan sociale competenties wordt aangeboden, een belangrijk uitgangspunt is dat een lesprogramma niet volstaat. Het gedrag van leerlingen wordt tevens positief beïnvloed door hen een stem te geven en leerlingparticipatie in klas en school vorm te geven. Het aanleren van nieuw gedrag (kennis, vaardigheden en houding) vereist een omgeving die voldoende gelegenheid biedt om met de nieuw aangeleerde competenties te oefenen in echte, betekenisvolle situaties. Door de klas en de school in te richten als een oefenplaats, wordt de school niet gezien als louter voorbereiding op deelname aan de samenleving maar als een samenleving op zich, die benut kan worden om kinderen te helpen zich sociaal en moreel te ontwikkelen.
Als we kinderen willen leren hoe democratie werkt, dan dienen zij dat te ervaren in de praktijk, door in democratie te participeren, en daarop vervolgens te reflecteren.  En dus moeten we de school (en andere plekken in De Vreedzame Wijk) democratisch inrichten, opdat kinderen de gelegenheid krijgen in een democratische gemeenschap te participeren. Onderzoek naar dergelijke scholen heeft positieve effecten laten zien op competenties en gedrag van leerlingen, vooral op het gebied van morele ontwikkeling, maar ook op tolerantie, verantwoordelijkheidszin en participatie in besluitvorming. Onderzoek laat ook zien dat een ‘democratisch’ klimaat kinderen het gevoel geeft dat ze gewaardeerd worden, wat bijdraagt aan een gevoel van betrokkenheid bij hun omgeving.
In het programma van De Vreedzame School wordt veel aandacht besteed aan conflictoplossing. Het uitgangspunt is dat er nu eenmaal altijd conflicten (belangentegenstellingen of meningsverschillen) zullen zijn in een situatie waar mensen of kinderen bij elkaar zijn, en dat het zinvol is om iedereen te leren hoe je zoveel mogelijk kunt voorkomen dat er conflicten ontstaan, en dat conflicten ontaarden in ruzie, en hoe je, als een conflict toch in ruzie is ontaard, kan werken aan een constructieve oplossing. Daarbij is de rol van de leerlingen cruciaal. Zij leren, naast de vaardigheden om conflicten constructief op te lossen, ook de verantwoordelijkheid te dragen om dat zelfstandig, zonder hulp van volwassenen, te doen. Voor hun eigen conflicten, maar ook voor conflicten van anderen. Alle leerlingen leren te bemiddelen (mediëren) bij de conflicten van klasgenoten.
Deze nadruk op het constructief en zonder geweld leren oplossen van conflicten heeft meerdere positieve effecten: terugdringen van agressie en geweld, verbetering van het sociale klimaat, kinderen leren hoe je met altijd aanwezige meningsverschillen en belangentegenstellingen kunt omgaan, én kinderen leren om verantwoordelijkheid te dragen voor het sociale klimaat. Bovendien biedt een curriculum dat kinderen leert om conflicten constructief op te lossen kinderen tevens de kans om zich een breed scala aan sociale competenties eigen te maken: kinderen krijgen kennis aangeboden op sociaal, emotioneel en communicatief terrein, leren en oefenen vaardigheden op die terreinen (onder andere: leren eigen en andermans gevoelens te herkennen, benoemen en respecteren, bewust worden van eigen en andermans denken en handelen, en de gevolgen daarvan leren inzien en hanteren), en ontwikkelen een positieve en zorgzame attitude ten opzichte van elkaar.
Ouders hebben waarschijnlijk de belangrijkste invloed op de persoonlijke vorming van hun kinderen. Maar veel auteurs benadrukken ook de rol van de ‘peers’, de leeftijdgenoten. Kinderen identificeren zich sterk met de groep mensen die zij als gelijkwaardig aan zichzelf zien, en leren gedrag van mensen die zij als net iets verder gevorderd dan zichzelf beschouwen. Dat zijn meestal niet de volwassenen om hen heen maar eerder de leeftijdgenoten of iets oudere kinderen: uit de buurt, van school, van de hobbyclub, vriendinnetjes, vriendjes, zusjes, broertjes, nichtjes, neefjes. Kinderen passen hun gedrag aan aan het gedrag van deze ‘peer-group ’, proberen dat gedrag te imiteren, en ontwikkelen zo hun persoonlijkheid.
Onderzoek laat zien dat de invloed van leeftijdgenoten op de persoonlijke vorming van kinderen groot is. In De Vreedzame School streven we er naar om kinderen ook sociale verantwoordelijkheden of taken op zich te laten nemen. Het meest in het oog springende voorbeeld is dat van de mediator. Kinderen uit de hogere groepen worden opgeleid tot leerlingmediator. Zij bemiddelen bij conflicten tussen kinderen. De oudste mediatoren krijgen in De Vreedzame Wijk de gelegenheid om een training tot wijkmediator te volgen. Hiermee worden ze in staat gesteld om hun vaardigheden ook in hun buurt of straat in te zetten.
In het programma van De Vreedzame School leren de kinderen door de wekelijkse lessen allerlei sociale competenties. Maar de kern van De Vreedzame School is het creëren van een positief sociaal klimaat, van een cultuur waarin de sociale norm bepaald wordt door de hiervoor omschreven doelen: constructief omgaan met meningsverschillen en conflicten, actieve participatie, kinderen een stem, zorgzaam en prosociaal gedrag. Dit is een bewuste keuze: gedrag wordt sterk bepaald door de sociale norm. De kennis en vaardigheden die kinderen aangeboden krijgen middels het lesprogramma van De Vreedzame biedt nog geen garantie voor het voortbrengen van het gewenste gedrag. Een kind dat over een bepaalde vaardigheid beschikt, hoeft namelijk nog niet geneigd te zijn om deze vaardigheid altijd in te zetten. Dat is onder andere afhankelijk van de houding, de attitude, van de wil om het geleerde ook in praktijk te brengen. Attitudes worden sterk beïnvloed door de context, door de dominante sociale norm van de omgeving waar iemand deel van uitmaakt. Wat wordt er hier van mij verwacht? Het bevorderen van pro-sociaal gedrag zal dus altijd een combinatie moeten zijn van overdracht van kennis en inzicht, van aanleren en oefenen van vaardigheden, en van attitude-ontwikkeling. En met name voor de attitude-ontwikkeling is het creëren en expliciet neerzetten van een positieve sociale en morele norm van groot belang.
Uit onderzoek blijkt dat problemen bij jongeren veel minder voorkomen indien ze opgroeien in een omgeving waarin sprake is van sociale verbondenheid: een omgeving waarin zij zich welkom, gerespecteerd en niet gediscrimineerd voelen, waarin ze merken dat er positieve verwachtingen over hen bestaan en waarin ze ondervinden dat ze ‘ertoe doen’. Kinderen hebben het nodig om nodig te zijn.
Natuurlijk zijn er in een omgeving waar kinderen in verkeren regels nodig, maar de sleutel voor een positief klimaat ligt vooral in het samen creëren van een cultuur, een standaard van betrokkenheid, dan in het bedenken van allerlei regels en codes waar kinderen zich aan dienen te houden. Kinderen moeten het gevoel hebben verantwoordelijk te zijn voor die cultuur, moeten de boodschap krijgen dat ze erbij horen, en dat ze nodig zijn.
Om zo’n verbindende omgeving te bewerkstelligen probeert De Vreedzame School de cultuur van de omgeving waar het kind in verkeert (school, kinderopvang, buurthuis, speeltuin, enz.) te beïnvloeden. We willen dat die omgeving als een leefgemeenschap wordt gezien, als een oefenplaats voor sociale competentie en actief burgerschap.
In De Vreedzame School en De Vreedzame Wijk stellen we een autoritatieve opvoedingsstijl centraal. In de literatuur over opvoeding wordt onderscheid gemaakt tussen een laisser-faire-opvoeding, autoritair en ‘autoritatief’ of democratisch opvoeden. Een te permissieve of laisser-faire opvoeding, waarin alles mag, leidt tot grenzeloosheid en onzekerheid bij kinderen. Vooral jonge kinderen moeten nog veel leren over de dagelijkse omgang tussen mensen, en hebben begeleiding nodig van volwassenen. Een autoritaire opvoeding, waarin de opvoeder zijn of haar gezag laat gelden, zou volgens sommigen goed zijn voor kinderen (“Je moet ze gewoon stevig aanpakken”). Het tegendeel is eerder waar. Een louter autoritaire aanpak werkt meestal averechts op het moreel gedrag van kinderen, zeker voor kinderen die al wat ouder zijn. Een strenge aanpak gecombineerd met weinig hart voor de kinderen kan agressieve gevoelens opwekken. Een autoritaire aanpak kweekt gehoorzaamheid, en doet geen appèl op het ontwikkelen van verantwoordelijkheidsgevoel. Uit onderzoek blijkt dat een zogenaamde autoritatieve of democratische opvoeding kinderen het beste voorbereidt op het leven in een democratische gemeenschap. Die opvoedingsstijl wordt eerder gekenmerkt door gezag dan door macht. Opvoeders stellen wel duidelijke grenzen, maar geven daarbij veel uitleg, bevorderen de ontwikkeling van eigen verantwoordelijkheid, zijn zuinig met gebruik van machtsmiddelen, en vertonen moreel voorbeeldgedrag. Kinderen zijn gesprekspartner, die een zekere mate van verantwoordelijkheid kunnen dragen. Door kinderen consequent uit te leggen wat de gevolgen van hun handelingen zijn voor anderen, door hen te helpen zich te verplaatsen in het perspectief van anderen, ontwikkelen zich geleidelijk aan mentale scripts die gedrag van binnenuit reguleren.

witje01